werkwoorden Bekijken

Pagina 
 van 321
werkwoord afmaken
Spaans acabar
voltooid deelwoord hebben afgemaakt
ik (heden) maak af
ik (verleden) maakte af
jij/u (heden) maakt af
jij/u (verleden) maakte af
hij/zij/het (heden) maakt af
hij/zij/het (verleden) maakte af
wij/jullie/zij (heden) maken af
wij/jullie/zij (verleden) maakten af
Pagina 
 van 321